Dutch

English

Voorpagina > Visie > Energietransitie NL        

Energietransitie in Nederland: Het wordt tijd om serieus te worden

De doelstelling van de EU-27 is om het aandeel duurzame energie in de totale primaire energie consumptie in 2020 op 20% te brengen. Tot 2010 was dit ook het streven van Nederland, maar het kabinet Rutte I verlaagde de doelstelling tot 14%, overeenkomstig de verplichting die Nederland in EU verband heeft. Met het regeerakkoord van oktober 2012 is de doelstelling weer verhoogd tot 16%.

De stand voor Nederland in 2010 was 3,8%. De onderstaande figuur plaatst de Nederlandse doelstellingen in het perspectief van de historisch behaalde resultaten en de corresponderende cijfers van andere EU landen en de EU27 in zijn geheel.


TPES Netherlands 2009


Alleen het Verenigd-Koninkrijk (en Luxemburg en Malta, niet afgebeeld) hebben een lagere score dan Nederland. De figuur maakt duidelijke dat er een trendbreuk nodig is wil Nederland het gestelde doel voor 2020 daadwerkelijk realiseren.

Is 16% duurzame energie in 2020 zonder bijdrage van lokale energie haalbaar en wenselijk ?

Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) is het (in beginsel) mogelijk om de 2020 doelstelling te halen door inzet van extra windenergie in combinatie met extra biomassameestook in kolencentrales. Langs deze 'centrale' route moet het geÔnstalleerde vermogen van wind op land, sinds 2009 nagenoeg constant op 2.000 MW, toenemen tot 6.000 MW in 2020. Dit komt neer op een gemiddelde groei per jaar in de periode 2013 t.m. 2020 van 500 MW. Wind op zee, met een totaal geÔnstalleerd vermogen van 228 MW sinds de ingebruikname van het Prinses Amalia windpark in 2008, moet groeien tot minimaal 3.000 MW in 2020. De bijstook van biomassa moet verhoogd worden tot 10 Š 20% in bestaande elektriciteitcentrales en tot 30% in nieuwe centrales.

Deze 'centrale' route is onzeker en bovendien suboptimaal op lange termijn, zoals het PBL ook zelf aangeeft. Er zullen diverse maatschappelijke en institutionele knelpunten moeten worden opgelost, waaronder het tijdig verlenen van vergunningen voor nieuwe windparken, de uitbreiding van het elektriciteitsnet op zee en het op grote schaal beschikbaar komen van kapitaal door financiŽle instellingen en bedrijven. Meestoken van biomassa in kolencentrales is niet optimaal voor een duurzame energiehuishouding op lange termijn omdat dit de mogelijkheden beperkt om biomassa voor andere toepassingen (zoals voor transport) aan te wenden waarvoor minder schone alternatieven bestaan.

Wat kan lokale duurzame energie in de bebouwde omgeving bijdragen ?

De bebouwde omgeving is verantwoordelijk voor 35% van de primaire energieconsumptie in Nederland, zoals uit de energiestatistiek International Energy Agency (IEA) blijkt. De 'Total Primary Energy Supply' (TPES) van Nederland in 2009 bedroeg 149,7 kWh/persoon/dag. Hierin wordt de in Nederland aangeleverde brandstof voor het internationale vlieg- en scheepsverkeer, de zogenaamde 'International marine and aviation Bunkers' nog eens goed voor 34,8 kWh/persoon/dag, niet meegerekend. De verdeling per hoofdsector ('industrie', 'transport', 'Bebouwde omgeving' en 'land- en bosbouw, visserij & diversen') en energie drager (Aardgas, olie, kolen, ....) is hieronder weergegeven.


TPES Nederland 2009


Een simpele schatting laat zien dat het aandeel duurzame energie al op 18% gebracht kan worden door in de bebouwde omgeving elektrische warmtepompen en zonnepanelen toe te passen:

  • Elektrische warmtepompen: Aardgas in de bebouwde omgeving wordt hoofdzakelijk gebruikt voor ruimteverwarming en het maken van warm tapwater, gezamenlijk aangeduid als 'laagwaardige' warmte (temperatuur < 100 įC). In deze behoefte van 26,6 kWh/persoon/dag (18% van de TPES) kan efficiŽnt voorzien worden door toepassing van elektrische warmtepompen in combinatie met warmte koude opslag (WKO). Bij een 'Coefficient of Performance' (COP) van 4,0 is hiervoor over het jaar gemiddeld 6,6 kWh kWh/persoon/dag aan (extra) elektriciteit nodig en wordt 20 kWh/persoon/dag duurzaam via WKOs geleverd (13% van de TPES);
  • Zon PV: Door toepassing van de elektrische warmtepompen neemt de totale behoefte aan elektriciteit toe van 19,3 naar 26,0 kWh/persoon/dag (17% van de TPES). Het totale dakoppervlak in Nederland dat geschikt is voor zonnepanelen wordt geschat op 260 km2 voor woningen en bedrijfsgebouw te samen, of wel 16 m2/persoon. Uitgaande van een module-rendement van 18% en 900 volle zonuren per jaar (@ 1 kW/m2) volgt hieruit dat 16 x 900 x 18% x 1 / 365 =7,1 kWh/persoon/dag aan elektricteit duurzaam kan worden opgewekt (5% van de TPES).

Door ook de thermische en chemische energie uit het rioolwater en de chemische energie uit het afval te hergebruiken kan de energieconsumptie in de bebouwde omgeving volledig duurzaam worden gemaakt, zie b.v. ons rapport over de transitie naar een volledig duurzame energie zelfvoorziening in het Ramplaankwartier in Haarlem.

Wat is er nodig om het duurzaam potentieel van de bebouwde omgeving te benutten ?

Om het potentieel van een duurzame lokale energievoorziening te benutten is het essentieel dat een 'gelijk speelveld' wordt gecreëerd voor hernieuwbare energie (in het algemeen) en dat de financiële barrières op lokaal geproduceerde energie worden verlaagd door:

  • Het belonen van vermeden maatschappelijke kosten zoals de vermeden CO2 uistoot;
  • Het in rekening brengen van de feitelijke transportkosten van lokale energie i.p.v. de standaard vastrecht kosten die gekoppeld zijn aan de nationale infrastructuur voor centraal geproduceerde elektriciteit;
  • Het verlagen van de energiebelasting op lokaal geproduceerde elektriciteit.

    Copyright © 2013 Energy Transition Group BV - All rights reserved  Ė Sitemap  Ė Voorpagina