Dutch

English

Voorpagina > Visie > Groene groei        

Groene groei

De transitie naar een duurzame samenleving kan goed samengaan met economische groei. De ontwikkeling en exploitatie van duurzame energietechnologieën levert geld en banen op, ofwel 'groene groei'. Dat klinkt mooi, maar het roept ook diverse vragen op. Hoe groot is de markt van schone technologieën? Waarin zou Nederland moeten investeren? Wat zijn de verwachte maatschappelijke baten op die investeringen ? Is er voldoende kapitaal beschikbaar? We hebben niet alle antwoorden, maar dragen graag enkele ideeën aan voor de discussie.

Cleantech markt

De wereldwijde markt van hernieuwbare energie technologieën (waaronder zon PV, wind energie en biobrandstoffen) bedroeg in 2010 ca. US$ 200 miljard. De markt voor energie-efficiëntie technologieën (waaronder WKK, WKO, energie uit afval, isolatiesystemen, LEDs, en slimme netwerken) heeft een vergelijkbare omvang. Beide markten te samen, aangeduid als de 'cleantech' industrie, realiseerden daarmee in 2010 een omzet van ca. US$ 400 miljard. Deze markt zal naar verwacht met ca. 10% per jaar groeien. Zie onderstaande figuur.


Hernieuwbare energiemarkt


De 'cleantech' markt is daarmee op dit moment al groter dan de totale halfgeleiderindustrie (US$ 300 miljard) en zal met de verwachte groei in de komende decennia de omvang van de (huidige) farmaceutische industrie (US$ 1300 miljard) en auto-industrie (US$ 2000 miljard) benaderen. “The nation that leads the clean energy economy will be the nation that leads the global economy”, stelde President Obama in zijn 'State of the Union' van 2010.

Positie in de waardeketen en maatschappelijke baten

Hoeveel levert een euro die geïnvesteerd wordt in duurzame R&D of kapitaalgoederen op in de groei van het bruto nationaal product (BNP)? Macro-economen drukken deze relatie graag uit in termen van de output elasticiteit en hebben becijferd dat deze voor duurzame kapitaal goederen ca. 0,25 bedraagt, voor private R&D 0,13 en publieke R&D 0,17. Zie b.v. het SEO rapport 'Investeren in een schone toekomst'.

De realiteit is iets complexer dan dat. Om te beginnen moeten we onderscheid maken tussen de investeringen in exploitatieprojecten (b.v. windparken en zon PV installaties) enerzijds en anderzijds de investeringen in bedrijven die de technologie en diensten leveren om deze exploitatieprojecten te realiseren (b.v. fabrikanten van windturbines, zonnepanelen en WKK systemen). Exploitatieprojecten worden gekenmerkt door grote investeringen en relatief klein risico's. Voor de ontwikkeling van nieuwe technologie is het precies andersom. Neem windenergie als voorbeeld. De investering in een windpark op land bedraagt ca. € 1,3 miljoen per MW geïnstalleerd vermogen. Op zee is dit in de orde van € 3 miljoen per MW. Wanneer Nederland in de periode t.m. 2020 op land 4 GW en op zee 3 GW aan windparken wil toevoegen is zodoende een financiering nodig van grosso modo € 14 miljard. Wanneer de contracten met de leveranciers, de afnemers van de stroom en de overheid goed zijn ingericht is het risico beperkt: Als de turbines draaien is de kasstroom zeker. De investering voor de ontwikkeling en marktintroductie van een nieuwe windturbine zijn aanzienlijk lager (orde grootte € 100 miljoen), maar de risico's veel groter. Er wordt pas een positieve kasstroom gerealiseerd wanneer het product in de markt bewezen is, beter presteert dan de concurrentie en in voldoende aantallen wordt verkocht.

De grootste maatschappelijke baten worden gerealiseerd door een positie als technologie leverancier op te bouwen. Dat vergt kennis, inzicht en de bereidheid om risico's te nemen. Je wordt geen Microsoft door veel licenties van Microsoft Office af te nemen of een Volkswagen AG door veel Golfjes en Polo's te kopen. Naast de positie van leverancier van eindproducten (OEMs zoals Microsoft en Volkswagen AG in deze voorbeelden), kan er ook waarde worden gecreëerd als toeleverancier van componenten en productieapparatuur of als leverancier van diensten, b.v. in ontwerp, onderhoud en handel. De onderstaande figuur geeft de verschillende activiteiten in de waardeketen van de 'cleantech' industrie weer en het verband tussen risico ('entree barrière') en maatschappelijk rendement ('lange termijn economische bijdrage') .


Hernieuwbare energiemarkt


Bij het ontstaan van een nieuwe industrietak is er een beperkte 'window of opportunity' om de meeste waardevolle positie op te bouwen, namelijk die van marktleider in een nieuwe 'sleutel' technologie. Denk aan Philips en gloeilampen, Unilever (van de Bergh & Jurgens) en margarine, Microsoft en 'PC operating systems' of 'office software', Google en 'Internet search engines' en Facebook en 'sociale media'. Wanneer het lukt om zo'n positie te verwerven, dan zijn de maatschappelijke baten in de vorm van economische groei en werkgelegenheid zeer groot. Het gaat hierbij niet alleen om de omzet en banen van de marktleider zelf, maar ook om de 'economic spill-over' in de regio, d.w.z. de afgeleide bedrijvigheid van toeleveranciers en dienstenverleners in het 'cluster' rond de marktleider.

De 'economic spill-over' loopt helaas slechts in een richting, namelijk van marktleider naar toeleverancier. Anders gezegd. Een Philips genereert veel werk voor advocaten en consultants in de regio, maar omgekeerd leveren veel advocaten en consultants in de regio geen nieuwe Philips op. Bij het inzetten van schaarse investeringsgelden moet daarom de bekende risico-rendement afweging zorgvuldig gemaakt worden. De posities in de markt met de hoogste risico's ('entree barrière') zijn tevens de posities die de grootste economische bijdrage leveren. Met andere worden: 'No guts, no glory'.

De 'valley of death'

De typische ontwikkeling van een R&D concept naar een bewezen en concurrerend product heeft als tussenstation het prototype (of 'Proof of Concept'), waarmee de technische haalbaarheid moet worden bewezen, de pilot, waarmee het finale product wordt gedemonstreerd en tenslotte de eerste series productie, waarmee de commerciële levensvatbaarheid van het product en het productieproces moet worden aangetoond. De verschillende fasen, de bijbehorende kasstroom van investeringen en operaties en de mogelijke bronnen van financiering zijn in de figuur hieronder weergegeven.


Hernieuwbare energiemarkt


De ontwikkeling en marktintroductie van een nieuwe energietechnologie neemt vele jaren in beslag en kan een cumulatieve investering vereisen van enkele honderden miljoenen Euro's. Het bestaansrecht van het product en bedrijf is pas aangetoond wanneer er een 'track record' van goed draaiende installaties is opgebouwd en een positieve kasstroom wordt gerealiseerd. Tot die tijd bevindt het bedrijf zich in de 'valley of death', en kan elke tegenslag het einde van de onderneming betekenen. Voor een nadere beschrijving aan de hand van enkele case studies uit de praktijk, zie onze presentatie over 'Cleantech companies through the valley of death'.

Belang van een lange termijn en consistente energie- en industriepolitiek

De overheid moet niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten, maar kan wel zorgen voor de juiste randvoorwaarden om nieuwe ondernemingen een kans te geven. Dit kan door de beschikbaarheid van risico dragend kapitaal te bevorderen, door te zorgen voor een gelijk speelveld voor bestaande en nieuwe technologieën, door demonstratieprojecten te faciliteren waardoor nieuwe producten een 'track record' kunnen opbouwen en door tijdelijke gegarandeerde afnameprijzen ('feed in' tarieven) of subsidies te verlenen. Een consistent en stabiel energiebeleid gericht op het realiseren van heldere en breed gedragen, lange termijn doeleinden is hierbij van essentieel belang. Industriepolitiek is in Nederland een beladen begrip sinds de teloorgang van door de overheid gesteunde ondernemingen als RSV en Fokker. Wij denken dat het van belang is om het energiebeleid te combineren met een industrie politiek 'nieuwe stijl' om daarmee de 'groene groei' te realiseren en een solide positie in de 'cleantech' industrie op te bouwen.

    Copyright 2013 Energy Transition Group BV - All rights reserved   Sitemap   Voorpagina